Ambassadeurs

Hullie en zullie! Het kwam deze week uit de mond van een van de schilders bij een van onze nieuwe opdrachtgevers. Het is wellicht een uitdrukking die nadere toelichting vraagt, maar is zeker in het oosten van het land een vaak voorkomende uitspraak. Met hullie en zullie bedoelde de betreffende medewerker de tegenstelling aan te geven tussen de directie; het kantoorpersoneel; de uitvoering en de uitvoerende medewerkers. Vrij vertaald dus: zij en wij! Een uitspraak die in dit verlengde ligt is een andere veel gehoorde opmerking: “zij van kantoor”. En dat allemaal binnen één organisatie. Ik was het bijna vergeten, maar nog steeds bestaat deze sfeer.

Eigenlijk is er niet zoveel mis met een dergelijke uitspraak. Een beetje een controverse binnen een bedrijf kan nou ook niet direct kwaad. Het houdt de gemoederen scherp en waakzaam. Maar toch. Tijdens de vele werkbezoeken op projecten is heel vaak de houding van hullie en zullie terug te vinden. Wat vindt u van: … daar ben ik niet voor ingehuurd. Of: … dat moet je maar aan de baas vragen. En: … daar heb ik geen opdracht voor gekregen. Oh ja, er zijn nog veel meer opmerkingen die aangeven dat er enige of soms grotere afstand is tussen de direct uitvoerenden en de indirecte medewerkers, waar onder de directie.

Er zijn vele oorzaken te vinden in deze houding, die wijd en breid verspreid lijkt te zijn. En dan heb ik het niet over de auto van de baas, die veelvuldig onderwerp van gesprek is. Ik doel eigenlijk veel meer op de houding van de leidinggevenden op de werkvloer. Soms is het net alsof schilders en onderhoudsmensen slechts een kwast, ’n rolletje of een schroevendraaier kunnen hanteren. Veel bedrijfsleiders, uitvoerders of zelfs directieleden gevel veelvuldig aanwijzingen hoe er gewerkt moet worden. Vaak wordt door hen een andere werkmethodiek aangegeven, wanneer werken qua tijd uit de pas lopen. Ook dragen zij materialen aan, wanneer daarom wordt gevraagd of erger nog: wanneer uiteindelijk blijkt dat en een gebrek is ontstaan. Onlangs ging de telefoon in de auto van een uitvoerder. Een schilder op een werk, waar we zojuist vandaan kwamen, vroeg een rolletje voor achter de radiatoren. Wij naar de verfleverancier en terug naar het project. Ook komt het nog veelvuldig voor dat de uitvoerder aan het einde van het project komt om het werk op te leveren aan de opdrachtgever.

Het gevolg is dat in nog veel te veel bedrijven de uitvoerende schilder ‘leunt’ en pas ad hoc reageert. Geen wonder dat de productiviteit achterblijft. In een onlangs verschenen artikel over foutkansen werd melding gemaakt van een hoog percentage. In de bovengenoemde situaties stijgt het aantal fouten boven het gemiddelde percentage uit. Dat is tenminste een ding dat zeker is. En dan te bedenken dat met name de uitvoerende schilder of onderhoudsman de belangrijkste functionaris is in een schildersbedrijf. Uit zijn handen komt immers 70 tot 85% van alle omzet; hij heeft de meeste contacten met opdrachtgevers en zijn optreden lijdt in veel gevallen tot nieuwe opdrachten, tenminste als hij goed acteert. In feite is hij de ambassadeur van de organisatie op de vooruitgeschoven post. Daar liggen enorme kansen.

Een schilder die vooruit denkt, zal een betere prestatie leveren. Een schilder die een bredere kijk op het project heeft komt in zeer veel gevallen met meerwerk: omzet dus. Maar als een schilder meer is dan iemand die de kwast vasthoudt en als ambassadeur moet gaan optreden, zal hij daarvoor geschoold moeten worden. Maar iets dat nog veel belangrijker is dat uitvoerders en directies leren wat zij moeten doen om het beste uit hun directe mensen te halen. De vaak voorkomende mening, dat schilders niet in staat zijn om meer te doen dan alleen maar schuren en schilderen berust op een zeer groot misverstand. De praktijk van alle dag wijst dat uit. Wanneer managers hun schilders als ambassadeurs beschouwen is het gedaan met het ‘hullie en zullie’

k.kamsma@gildemanagementsupport.nl