Brood en spelen...

Wat is de overeenkomst tussen een schildersondernemer en een eend? Zo, op eerste het oog, geen enkele. Maar toch wil ik de gedachte niet zomaar weggooien. Afgelopen weekend liep ik met mijn jongste dochter - zestien lentes zo jong - te wandelen door de wijk. Bij een brug over een watertje waren veel eenden te vinden. De eenden liepen allen achter elkaar aan. Ineens een enorme commotie toen strijd geleverd moest worden om een stukje brood dat door een paar kleine kinderen werd toegeworpen. Die kinderen hadden in de gaten dat, als ze gedoseerd brood toegooiden, er werd gevochten. Vermaak (?) vergelijkbaar met het volksvermaak uit de Romeinse tijd. Brood en spelen, was ook al het motto van keizer Nero in de eerste eeuw van onze jaartelling. Dat was goed voor het plebs, was zijn mening. Toch dwaalden mijn gedachten ook af naar af naar mijn dagelijkse motivatie: het wel en wee van de organisatie van schilders- en onderhoudsbedrijven.

Een week of vier geleden organiseerde de Goudse Verzekeringen (die verzekeraar uit Gouda) een internetveiling voor een bepaald werk. De begroting van het werk bedroeg € 130.000,=. Op dat moment was ik bij een klant in het midden van het land. Ook hij was uitgenodigd op mee te dingen. Mijn opdrachtgever opende de inschrijving met € 168.000,=. Je kon immers nooit weten welke onverwachte zaken je zou kunnen tegenkomen, zei hij nog. Allengs zakte de teller en bij een bedrag van € 100.000,= haakte hij af. De laagste inschrijving stopte bij € 78.000,=. Bedragen duizelden door mijn hoofd. 168, 130, 100 en 78! Maar ook de achterliggende gedachten van de verschillende spelers. Waarom pas stoppen bij een bedrag van € 100.000,=? Is het dan alweer alleen de prijs, die telt? Wat gebeurt er daadwerkelijk in de uitvoeringsfase? Oh, natuurlijk elke deelnemer heeft zijn eigen index. Het zou zo maar kunnen zijn dat mijn klant toch nog het werk mag uitvoeren voor zijn laagste prijs. Maar ja toch nog een verschil van € 30.000,= ten opzichte van de begroting. De Goudse wrijft zich verkneukelend in de handen. Winst! Of toch niet? Brood en spelen…. Wie wint?

Deze week had ik een gesprek met een directeur van een engineeringbureau. Mijn opdrachtgever, die al eerder werk voor hem had uitgevoerd, had een offerte aangeboden voor binnenschilderwerk van € 14.000,= Het werk ging per slot voor € 9.500,= naar de concurrent. De directeur was een pietje precies, maar dacht ook aan de aangename werkplek voor zijn medewerkers. De laagste aanbieder maakte er een potje van en werd halverwege de rit buiten de deur gezet. De achtergelaten verf stond nog in een kamertje apart. Mijn klant mocht het werk in regie (?) afmaken. Wat het de directeur van het bureau op slot gekost heeft wilde hij niet zeggen, maar dat het meer zou worden t.o.v. oorspronkelijke aanbiedingsprijs van mijn klant lijkt overduidelijk.

Waar ligt de fout? Bij de opdrachtgever? Je kunt niemand kwalijk nemen niet meer euro’s uit te geven dan strikt noodzakelijk. Toch moet ook hij in staat worden geacht verder te kijken dan zin neus lang is. Bij de schilder? Ook het onderhoudsbedrijf moet opdrachten verwerven om zijn mensen aan de gang te houden. Toch hij het meest te ‘blamen’.

De Goudse is nog niet jarig als zij het werk voor 60% van haar eigen begroting laat uitvoeren. Behalve als ze genoegen schept in: brood en spelen. De tijd zal het uitwijzen. Toch zijn er voorbeelden te over waarin een laagste prijs leidt tot misnoegen en ergernis. En de schilder dan? Ja, hij is doorgaans slecht in staat - onderhoud - niet ad hoc (korte termijn) maar ‘in de tijd’ te laten zien. Immers, onderhoud in de tijd, levert aanmerkelijke besparingen op. Niet alleen in de rekening van het onderhoudsbedrijf, maar vooral in het beperken van kosten in de primaire processen bij zowel opdrachtgever als uitvoerder.

Schilders van Nederland, wacht niet langer dat u brood wordt toegeworpen, maar zorg er zelf voor dat de broodkruimel uw bezit wordt.

Een eend blijft een eend. Een vakman in onderhoud kan veranderen. Dat is het verschil.

k.kamsma@gildemanagementsupport.nl