De tarieven
Van verschillende kanten werd ik benaderd door mijn vorige bijdrage onder de titel ‘Cijfers en letters’. Die 20% verschil tussen markttarief en kostprijs, kan ik nooit overbruggen, was een veel gehoorde opmerking. Of: als dat zo is kan ik de zaak beter sluiten. Niet nodig, zeg ik dan. Het markttarief blijft gewoon markttarief. Het maken van een betere prijs kan te allen tijde, maar daar heb je marketinginstrumenten voor nodig. De kostprijs is een puur interne zaak. Laat dat onderstreept zijn. Waar het om gaat is dat elke schildersonderneming een reële inschatting maakt van de kostprijs die elke productieve medewerker moet opbrengen om de doelstellingen van de onderneming te halen. Nogmaals die twee tarieven moeten duidelijk gescheiden zijn.
De kostprijs
De basis voor de kostprijs van een schilder is zijn PRIS-loon, dat wordt vermeerderd met de Sociale Lasten en de BER-afspraken. Daar is doorgaans weinig discussie over. Maar dan komt het. Het gaat in de eerste plaats over het aantal uren dat een productieve medewerker jaarlijks kan maken. Veel accountants en administratiekantoren gaan uit van tussen de 1.600 en 1.720 uur. Ik beweer dat het er gemiddeld slechts 1.500 zijn. Tenminste, als je rekening houdt met een gemiddeld ziekteverzuim van 5%, een ‘leegloop’ van 5% en een scholingpercentage van 1%. Het gemiddelde ziekteverzuim ligt hoger dan 5%, maar veel bedrijven liggen daar ver onder. De vraag is of je dan rekening moet houden met dat lagere ziektepercentage. Immers het noodlot kan te allen tijde toeslaan en ik kom teveel ondernemers tegen die dan zeggen: pech! Het opnemen in de kostprijs van 5% ziekteverzuim moet worden gezien als een soort reservering voor slechtere tijden. Hetzelfde geldt voor scholing. Veel bedrijven doen niet aan scholing, maar komen vroeg of laat tot de ontdekking dat ze gaan achter lopen. De inhaalslag wordt dan gezien als een soort investering, als het al niet te laat is. Reserveren dus!
De AK
Het ultieme dat ik hier meemaakte is dat de ‘boekhouder’ de kortingen en bonussen, die hij ontving van zijn verfleveranciers, hier boekte als negatieve AK. Met alle respect, maar de aard en de omvang van de relatie met welke verfleveranciers heeft niets van doen met de kostprijs van een schilder of onderhoudsman. De geboekte kosten lijken doorgaans geen probleem. Anders is het huisvestingskosten, afschrijvingen op apparatuur en financieringskosten.
Huisvestingskosten
Als het pand waarin u bent gehuisvest is afgeschreven, betekent dat nog niet dat u geen huisvestingskosten hebt. Immers vroeg of laat komt u voor de beslissing te staan om te ‘verkassen’ ook daar moet worden gereserveerd. Hetzelfde voor die compressor, die al 30 jaar meegaat. Op een gegeven moment moet hij of technisch of economisch worden vervangen. En dan de financieringskosten. Er zijn veel bedrijven die uit het verleden zoveel kapitaal hebben opgebouwd dat zij alles uit eigen middelen kunnen betalen. Daar zit vaak het grootste probleem. Debiteuren kosten nu eenmaal rente. Of dat wordt gefinancierd uit eigen middelen of met een rekening courant krediet bij welke bank dan ook: het kost geld.
Slotsom
Hoe je het went of keert, als het om de toekomst van de onderneming gaat, moet je rekening houden met al deze facetten. Dat levert een kostprijs per schilder of onderhoudsman op dat 20 tot 25% ligt boven het markttarief. Kom daar maar eens uit. Eigenlijk niet zo moeilijk. Aan de ene kant gaat het om efficiency. Niet harder werken maar wel slimmer. Aan de andere kant gaat het om uw marktpositie. Oftewel het leveren van een toegevoegde waarde voor een hogere prijs.
Voor meer informatie: k.kamsma@gildemanagementsupport.nl