Van Abraham en de mosterd

De berichtgeving
Het is zaterdagmorgen en buiten is het druilerig weer. Een goed moment om mijn krant eens door te spitten. De financiële pagina van vandaag wordt - hoe kan het ook anders - voor het grootste deel gewijd aan de financiële crisis. Al weken staan kranten en journaals bol van wat heet de belangrijkste crisis sinds de tachtigerjaren met hier en daar een verwijzing naar de crisis van de jaren dertig. Ook bij mijn bezoeken aan uw collega’s wordt steevast de vraag gesteld hoe andere bedrijven zich ontwikkelen in de ontstane situatie. Het lijkt wel of de hele wereld maar om één ding draait.

Nee, zo erg gaat het niet worden, zegt menig economische autoriteit. Het klinkt steeds als: gaat u maar rustig slapen. Woorden die we elk jaar in mei rond de bevrijding van de tweede wereldoorlog steeds weer kunnen horen. In deze rubriek zal ik niet mijn duit in het zakje doen over dat wat ons als wereldgemeenschap bezig houdt. Toch wil ik u deelgenoot maken van een paar citaten van Nederlandse hoogleraren economie in de krant van zaterdag 16 november. Niet alleen deelgenoot maken maar ook een vergelijking met uw eigen organisatie.

Zaterdag 16 november
Het staat er echt! Vier hoogleraren zitten een paar uren bij elkaar en ze komen allen tot drie éénsluidende conclusies. Aan het woord zijn Silvester Eijffinger, Arnout Boot, Henriëtte Prast en Sweder van Wijnbergen. Hun conclusies:
1. 'Banken wisten niet hoeveel risicorommel (wellicht iets voor Van Dale om op te nemen in haar lexicon) zij op hun balans hadden staan'
2. 'Toezichthouders wisten niet waar ze toezicht op moesten houden'
en dan ook nog: 3. 'Burgers beseffen onvoldoende dat hun pensioenen niet gegarandeerd zijn´

Krasse uitspraken! Als vier onafhankelijke hoogleraren tot zulke uitspraken komen, moet het wel duidelijk zijn! Maar wat heeft dat met de schildersbranche te maken?

Het schildersgilde
Er zijn drie categorieën schildersbedrijven. De eerste categorie - het is een kleine minderheid - heeft haar financiële en economische positie goed in de hand. De vraag is of zij alle in staat zijn adequaat in te kunnen spelen op veranderende situaties. De grootste groep echter vermoedt wel hoe ongeveer hun eigen toestand in elkaar steekt, maar weet niet precies waar te beginnen, als het gaat om het verbeteren van hun positie. En dan zijn er nog altijd ondernemers die dag in dag uit aan het werk zijn en wel zien wat er van komt. Zo ongeveer moet het een deel van de financiële sector ook ongeveer zijn vergaan.

Het antwoord
Ik beweer niet dat het leiden van een onderneming steeds een gemakkelijke zaak is. En bovendien zit de financiële crisis kennelijk toch iets ingewikkelder in elkaar dan uit de bovenstaande citaten blijkt. Toch is weten waar de zwakke en sterke punten van uw organisatie zitten en welke kansen en bedreigingen er op u af komen een eerste vereiste om een crisis te voorkomen. Waar het dan vervolgens om gaat is op het juiste moment in te grijpen. Grotere ondernemingen als o.a. Akzo-Nobel en Unilever doen dat anticyclisch. Dat wil zeggen investeren in laag conjunctuur en reorganiseren als het economische getijde gunstig is. Met andere woorden niet wachten tot het te laat is. Dat is pas moeilijk. Immers als het bijna te laat is moet er worden georganiseerd en ook dat kost geld en energie.

Voor meer informatie: k.kamsma@gildemanagementsupport.nl