Criactief II

 Jaarstukken
De eerste jaarstukken over 2008 komen nu zo langzamerhand binnen. Een groot accountantskantoor dat veel klanten heeft in de afbouwbranche geeft aan dat meer dan de helft van de schildersbedrijven in 2008 in de rode cijfers is beland. Als die trend zich laat doorzetten is dat niet alleen verontrustend maar ook onbegrijpelijk. Onbegrijpelijk omdat de neiging bestaat om hiervan de economische teruggang de schuld te geven. Eigenlijk zou dat niet kunnen. De recessie tekende zich pas in het laatste kwartaal van het vorig jaar af en op dat moment zaten bijna alle bedrijven nog flink in de orders.

Toch zijn er ook schildersbedrijven die al jaren winst maken in dubbele cijfers. Zij hebben met dezelfde marktomstandigheden te maken. Zij tonen dus aan dat een goed resultaat ook in elk schildersbedrijf mogelijk moet zijn. Maar daarvoor zijn - zoals zo vaak - wel een paar goede ingrediënten nodig. Wanneer komen we massaal in beweging?

Ingrediënten
Gisteren vertelde een van uw collega’s me dat hij een mooie opdracht was verloren omdat een ander schildersbedrijf voor minder dan de helft had geoffreerd. Nu zijn deze verhalen van alle tijden maar het geeft wel weer aan dat er zo hier en daar toch omzethoger gaat ontstaan. Buiten het feit dat je er bijna vergif op kunt innemen dat niet de fraaiste kwaliteit wordt geleverd kun je ook met hoge mate van zekerheid aannemen dat het laatste schildersbedrijf in mijn voorbeeld niet weet wat zijn kostprijs is. Dat overkomt trouwens bijna alle klanten van Gilde Management Support, waar we voor het eerst binnen komen.

Kostprijs
Één van de ingrediënten die nodig is voor een goed resultaat is het kennen van de kostprijs per uur. Niet het belangrijkste ingrediënt, maar wel onontbeerlijk. Aan een kostprijs per productief schildersuur zijn tenminste 3 aspecten verbonden. Het eerste is de opbouw ervan. Daar waar in sommige gevallen wel een kostprijs is berekend wordt meestal uitgegaan van een veel te hoog aantal uren dat een schilder jaarlijks productief kan zijn. Wanneer uitgegaan wordt van een ziektepercentage van 5% (het branchegemiddelde ligt zelfs nog iets hoger); wanneer rekening wordt gehouden met improductiviteit van 5% per jaar (ook al aan de lage kant) en wanneer slechts 1 dag per jaar een schilder aan bijscholing doet, kom je rekening houdend met vakantie-,feest- en vrije dagen op maximaal 200 werkbare dagen uit. Dat betekent slechts 1500 productieve uren en geen 1650 of 1680, die we ook wel tegen komen. Voor de berekening van het ondernemersloon dient echt te worden uitgegaan van de normen die uw branche daagvoor heeft opgesteld. De omzetbonus of de korting van leveranciers zijn geen negatieve kosten. Het tweede aspect dat aan de kostprijs zit is dat er uitgegaan moet worden van de verwachte kosten in de komende periode afgezet tegen de verwachte productieve uren.

Uurtarief
Wanneer alle verwachte kosten en het winstdoel bij elkaar zijn opgeteld en door de verwachte uren worden gedeeld kom je gemiddeld hoger uit - en soms veel hoger - dan het uurtarief dat de markt verdraagt. Dat is op een hoge uitzondering na bij alle ambachtelijk bedrijven zo. Het is dan de kunst om op een creatieve manier zo met de productiviteit van uw personele team te ‘spelen’ dat de effectieve opbrengst per productief uur uw kostprijs inclusief een normale winstopslag haalt.

De volgende keer zal ik andere ingrediënten aan de orde stellen, maar begin met het maken van een serieuze kostprijsberekening. ……..en schrikken hoeft echt niet.

Voor meer informatie: k.kamsma@gildemanagementsupport.nl